lees

Theaterteksten

Veel van mijn toneelteksten zijn te downloaden via de website van THEATERAUTEURS. Hieronder een selectie van titels met korte samenvatting.

Een wolf die je niet bejaagt, verliest zijn schuwheid.

In De Hangar-boerderij, ingeklemd tussen vliegveld Deelen en het Nationale Park De Hoge Veluwe, vertellen wij het verhaal over hoe mannen met macht onschendbaar lijken te zijn. In 2025 bestaat Park De Hoge Veluwe 90 jaar. Een mooie aanleiding om stil te staan bij de ontstaansgeschiedenis van het park en de grote offers die daarvoor afgedwongen zijn door de ‘schepper’ van dit gebied: Anton Kröller. Een wolf in schaapskleren. Klein van stuk, maar strevend naar grootsheid, die anderen kon ‘elektriseren’. Een charmante pokeraar die bedrijven als kaartenhuizen met andermans geld bouwde, tot aan het koningshuis connecties had, opportunistisch met de Duitse bezetter handelde, en zonder bezwaren over lijken ging. In ieder geval figuurlijk… Opvallend is dat alle zakelijke debacles en duistere zaakjes de reputatie van Kröller tijdens zijn leven nauwelijks schaadden of in de doofpot verdwenen. Wat is het verhaal van Anton Kröller, de grondlegger van het bijzondere park?
Zijn levensmotto was:  “De mens is slechts een klein en nietig wezen dat weinig tot geen invloed kan uitoefenen op de loop der geschiedenis en uiteindelijk slechts tot stof zal wederkeren.
Als zulke machtige mannen schijnwerkelijkheden kunnen creëren laat dat wel degelijk tastbare gevolgen en sporen na.

Het ging mis bij de eerste man die een stuk land omheinde en zei: ‘Dit is van mij’, en de mensen vond die naïef genoeg waren om hem te geloven. Maar toen de tweede zei: ‘Als dat van jou is… dan is dit van mij. Dit allemaal. Minstens..’– toen was er geen ontkomen meer aan.

In 2020-2021 maakten wij al een voorstelling over het leven en gedachtegoed van de vrouw van Anton: Helene Kröller-Müller binnen de hekken van het Park (Waar ik mijn hart aan ophang). Dit jaar spelen wij Van Stof tot Stof buiten de hekken omdat zelfs vandaag de dag nog niets is wat het lijkt. 

Het Toeslagenschandaal… Groningen… Sywert… Nederland is in vertrouwenscrisis. Wat is het beste antwoord op al dat groeiende wantrouwen? Hoe gaat de overheid dit oplossen? Drie Rijksambtenaren trekken het land in om, volledig transparant, via open gesprekken met de burger, tot wederzijds vertrouwen te komen.

Dit is een bewerking voor de zaal van de locatievoorstelling De Vierde Macht. Gemaakt met en bij Firma MES 2023 & 2024.

In de monoloog koppelt de vertelster (Aysegül) haar persoonlijke verhaal aan de Griekse tragedie Antigone van Sophocles. Een verhaal wat meer overeenkomsten met haar leven vertoont dan ogenschijnlijk lijkt. Beide werelden worden gedomineerd door mannen met macht en hebben vrouwen een ondergeschikte rol. In beide werelden mag een zus haar verwant niet begraven. In beide werelden komt een jonge vrouw in opstand. In De Wraak van A probeert Aysegül via Antigone recht te zetten wat 34 jaar geleden had moeten gebeuren.  TG RAST (2024)

Lucy (8) woont met haar vader Steef boven hun slechtlopende boekwinkeltje. Zij leest het liefst de stripboeken Lucky Luke. Vader Steef is een expert in veiligheid, heeft zijn hele huis en al hun gewoonten aangepast aan alle mogelijke gevaren. In hun fort van Veiligheid en Vertrouwen kan niks mis gaan en kan niet gelogen worden. Naast hen woont de vijand; De Uil, een enge buurman die ’s nachts rare apparaten naar de hemel richt. De moeder van Lucy is verdwenen. Als Lucy onbedoeld een telefoongesprek tussen haar vader en de huurbaas hoort, gaat ze aan alles twijfelen wat haar vader gezegd heeft en begint hun Fort te wankelen. (2023) Deze tekst kwam tot stand met een werkbeurs Theatertekst van het FPK, en is in 2025 bekroond met de KAAS & KAPPES prijs voor Nederlandse- en Duitse jeugdtheaterteksten.

“Vandaag zijn we op deze bijzondere plek samengekomen, een plek die bijna op knappen staat van geschiedenis, en dit jaar 102 jaar bestaat; het Sint Hubertus Jachthuis. Hier heeft Helene vanuit haar werkkamer over de vijver gestaard, kijkend naar al wat ze heeft gebouwd, en al wat ze heeft verloren, tussen de dag dat ze geboren werd, en de dag dat ze stierf.”

Vier acteurs pogen in het gedachtegoed van Helene Kröller-Müller een ode te brengen aan de kunst. Waar ik mijn hart aan ophang is een voorstelling over een bijzondere vrouw die liever tegen haar schilderijen praatte dan tegen mensen van vlees en bloed. Over hoge verwachtingen en grote teleurstellingen. Over op zoek zijn naar houvast, om iets te hebben wat het waard is om voor te leven. Over alleen zijn. En alleen sterven. De Plaats (2022)

WOLF (of Het Heidi-feest) speelt zich af in een klein dorp in een verafgelegen vallei. Nog bijkomend van een overstroming, proberen de bewoners zich klaar te maken voor het jaarlijkse Heidi-feest. Maar als broze-botten-Grietje vanuit haar kiosk hokje op het station twee vreemden figuren op het perron ziet liggen, raakt alles uit evenwicht.

Dit stuk is te koop bij De Nieuwe Toneelbibliotheek.
In april 2024 verscheen een bewerking van dit verhaal als roman bij de uitgeverij De Harmonie.

Een stuk over de angst voor de ander, terwijl de ander eigenlijk niet bestaat maar alleen in je eigen hoofd zit. Zoals de werkelijkheid altijd gevormd wordt door omstandigheden en alles wat je ziet constant een interpretatie is van dat wat je al vermoed, gebaseerd op eerdere ervaringen, angsten en verwachtingen. Je grootste vijand ben je zelf.
Luister naar een tekstlezing van wolf op soundcloud.

Deze tekst is tot stand gekomen met een werkbeurs Theatertekst van het FPK.

Een zwart komische, labyrintische voorstelling over wat er eerst was, of wellicht toch al eerder kwam en daarna pas was. Of andersom. Zoiets. Een stuk over passief en actief handelen en de onoverzichtelijkheid van het effect op je eigen leven en dat van anderen.

Vijf vertellers brengen -met vallen en opstaan- een keten van gebeurtenissen ten gehore. Beginnend bij een mishandeling van een onschuldige grafdelver, via een verkeerd geïnterpreteerd politiek statement, langs een ogenschijnlijk willekeurige ontmoeting in een uitgestorven stad, en een zoekende massa in de nacht, naar de minister die de landsgrenzen gaat sluiten, eindigend op een begraafplaats waar de grafdelver met wie het allemaal begon, een ingrijpend besluit neemt.
In 2019 won ik het TheaterTekstTalent Stipendium met mijn plan Een vlinder van sneeuw. Het TheaterTekstTalent Stipendium voor theaterauteurs is een initiatief van Stichting de Versterking en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als doel een kwaliteitsimpuls aan de hedendaagse Nederlandse theatersector te geven. In 2020 voerde De Veenfabriek deze tekst op.

Een monoloog van een jongen die na zeven jaar relatie beetje bij beetje ontdekt wat zijn uit Sarajevo gevluchte vriend heeft meegemaakt. 

Deze monoloog is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Nick Teunissen en zijn geliefde Ismir Hero. Ismir ontvluchtte de Bosnische oorlog in 1994. Nick en Ismir hebben al zeven jaar een relatie als Nick begint te ontdekken wat Ismir heeft meegemaakt. Hoe ga je als partner die niks van oorlog kent om met je geliefde die een geschiedenis heeft die je nooit zal kunnen bevatten?
Enkeltje Holandija gaat over de oorlogse en naoorlogse gevechten met de oorlog. Over hoop en optimisme, littekens en liefde. Over onbreekbare relaties met je geboortegrond, verloren identiteit en doorzettingsvermogen. En over dicht bij de ander willen komen. Nick Teunissen (2018)

Een moderne versie van Othello. Grof geschrapt en bewerkt tot de kern is overgebleven: wat doe je als je telkens weer door je omgeving genegeerd wordt? Grote thema’s als wraak, jaloezie, liefde, vriendschap en vertrouwen, discriminatie en identiteit worden op de vloer stukgebeten en behapbaar gemaakt. Luchtig, vlot, humoristisch en toch O O zo serieus.

Othello – de steracteur van het land – staat op het punt het gouden schaap voor de beste acteur in ontvangst te nemen. Hij heeft alles voor elkaar! Zijn carrière, zijn liefde, zijn vriendschappen. Tenminste… dat had hij. Totdat hij zijn vriend Jago voor het hoofd stoot door hem niet te kiezen voor de rol van tegenspeler in zijn nieuwste show. Had hij dat maar wel gedaan…
 
Smeedwerk | Anil Jagdewsing, Bas Jillesen, Inge Smolders, Andre Dongelmans (2016)

Een stuk in drie delen die tegelijkertijd plaatsvinden over hoe de maatschappij omgaat met overlastplegers in zogenaamde Tuigdorpen.

‘Asociale veelplegers’, zoals ze worden genoemd, worden naar de rand van de steden verplaatst. We weten niet meer wat we aan moeten met mensen die hun omgeving terroriseren. Ze worden daarom bij elkaar gezet in  ‘containerwoningen’ op gepaste afstand van de bewoonde wereld. In Tuigdorp 1- Zo gaan die dingen stapt het in drie groepjes verdeelde publiek ongegeneerd een van de woningen binnen om met de bewoners kennis te maken. Wie zijn deze mensen? En hoe vergaat het hen daar?  TG Monter (2013)

Een monoloog voor een meisje die via de vrouwenlijn in haar familie op zoek gaat naar waarom zij alleen is.

Ze braakt de ochtend uit. Elke dag weer. Ze braakt, ze braakt en ze braakt.
Zwanger van de alsmaar door tikkende tijd.
Het aftellen is begonnen, toen ze naakt en koud op straat werden gezet, hup het
paradijs uit! En nu maar zoeken naar de weg terug…
Waar is haar wederhelft?
Ze jankt luiers vol bij het gemis van haar geamputeerde zelf.
Als het de bedoeling is, samen te leven, WAAROM word je dan alleen geboren?

Een monoloog over een meisje dat niets liever dan een relatie wil, maar alleen is, en het leven van haar moeder en oma afspeurt op zoek naar de reden hiervoor. (2009)

Een zoon die terugkijkt op het opgroeien met een veteraan als vader en diens betwijfelende heldenstatus.

‘Geef acht!’ is een monoloog waarin we kennismaken met de verlamde en via een medisch experiment verstijfde marinier Klaas van Vliet, zijn zoon die nooit Sinterklaas wil vieren, zijn vrouw die zo mooi is als Marilyn en zo wankel als het getij, het Nederlands-Indië van ‘45/’46 en het leven dat daar tussendoor deint alsof er nooit niks gebeurd zou zijn. 

Hoe is het om op te groeien met een vader die een veteraan is? Uit een geschiedenis die nu met andere ogen bekeken wordt?
Gebaseerd op het leven van- en geschreven voor Arthur van Vliet. (2010)

BETONROT vertelt het verhaal van Tanja die opgroeide in de DDR en zeven jaar oud was toen de muur viel. Als jonge vrouw onderzoekt ze de geschiedenis van het land dat niet meer bestaat, en de gevolgen van die gebeurtenissen op haar en haar familie.

Betonrot is een onderzoek op het toneel. Het publiek wordt meegenomen in een theatrale jungletocht dwars door de geschiedenis, overheersende denkbeelden, en herinneringen heen met nog hier en daar een open plek om tot adem te komen. Tussen de snippers worden de herinneringen gezocht en getoetst en gelijmd wat er te lijmen valt. (2010)

Concept: Tanja Otolski. Tekst: Jannemieke Caspers

In ‘Noostal Algia’ gaan Caspar, Melchior, Baltha, Jan en Eva Marie op zoek naar de vriendelijke dictator die alles wat rot is en vast zit beter kan maken.

‘Noostal Algia’ is ’t bedrijfje van Caspar, Melchior, Baltha, Jan en Eva Marie, gevestigd in een kleine kantoorruimte op de 17e verdieping, met een kapotte lift, in een stad die vast zit in een oneindige file. Hun taak: het creëren van een nieuwe wereldleider, een vriendelijke dictator, een natuurlijke leider. Een die alle religies aanspreekt. Een meester van het volk die de orde herstelt. Een absoluut monarch zonder enige dynastieke basis. Een verlicht heerser waar elk mens, zelfs elk dier, met liefde naar luistert.
En de deadline ligt vandaag… (2009)

Een toneeltekst voor vijf binnenstemmen van een vrouw die door angst verlamd is. (2009)

Mijn Apocalyps is mijn afstudeertekst (HKU schrijfopleiding). Het is een tekst waarin vijf binnenstemmen van het personage Emma aan het woord zijn. Emma ligt met een paniekstoornis bevroren op de bank. In haar huizen Tesse (16 jaar), Fabe (28 jaar), Job (30 jaar), Laurie (40 jaar) en Zazem (62 jaar). Locaties: wachtkamer – autokerkhof – bibliotheek – wasserette – nachtkroeg. Een stuk over hoe angst aan de binnenkant tekeer kan gaan, terwijl je aan de buitenkant verlamd bent.

2009. Begeleiding Peter de Graeff

Columns over Kunst

Voor Buitenkunst schreef ik drie Columns over Kunst. Deze zijn ook uitgegeven in de bundels: Is het kunst of mag het weg? & Langzaam eten, en goed kauwen en te koop via uitgeverij THEATERBOEK.

‘In de jaren ‘50, ‘60 van de vorige eeuw was er in de treincoupé nog een conversateur aanwezig, die gesprekken voerde om zo de reis aangenaam te maken. Het moest dan wel ergens over gaan natuurlijk. Kunt u zich dat ook herinneren?’ De man richt zich tot een oude vrouw tegenover hem. Hij zit breeduit op het groene bankje, armen wijd, buik naar voren.

Ik zit in de sprinter terug na het bezoek aan de jeugdvoorstelling Enkeltje Mars (Het Filiaal) en lees een artikel over Facebook op mijn telefoon. Er staat in dat niet alleen het gebruikersaantal nog steeds stijgt, maar ook de gebruiksintensiteit. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat hoe meer tijd je op Facebook doorbrengt, hoe ongelukkiger je bent. Precies waarom ik Facebook haat. Omdat wat ik lees mij ongelukkig maakt; of ik irriteer me scheel of ik krimp van onzekerheid.
Ook lees ik dat Facebook misschien wel het puurste voorbeeld is van een bedrijf gebouwd op het vangen en doorverkopen van aandacht. En terwijl ik me door die woorden zwoeg (het is een lang artikel!) verlies ik mijn brein aan de oude mensen voor mij.

‘Een conversateur? Nog nooit van gehoord!’ zegt de oude dame. Ik houd mijn ogen op mijn schermpje gericht, maar het lukt me niet verder te lezen.
‘Maar’, vervolgt ze, ‘ik zou het wel een goed idee vinden, eerlijk gezegd. Wat mij betreft mag de trein wel een stukje gezelliger, met al die mensen die alleen nog maar hun telefoon bekijken.’
De man heeft beet. Of het een goede openingszin is of dat er ooit conversateurs hebben bestaan, weet ik niet. Op google krijg ik in ieder geval nul resultaat. Ze babbelen verder en veraangenamen zo elkaars reis.

Zo succesvol zijn in het vangen van aandacht! Eigenlijk is het vangen niet eens zo moeilijk, bedenk ik me, eerder het vasthouden van. Heel eerlijk: in een museum kan een kunstwerk nooit mijn aandacht vasthouden. En dat is misschien ook waarom een Rothko mij niet tot tranen toe roert.

Mijn toneelteksten hebben vaak kenmerken van proza. Daarom wordt mij herhaaldelijk gevraagd: waarom schrijf je niet een roman? Nu in deze trein, waar ik in vastzit voor de duur van mijn reis, bedenk ik me: misschien schrijf ik wel toneel, omdat de vier muren van het theater zorgen voor het gedwongen vasthouden van aandacht. Een boek kun je wegleggen. Maar in het theater… nadat u vrijwillig bent gekomen, gijzel ik uw aandacht (vooruit, in het slechtste geval alleen uw aanwezigheid) zodat ik alle ruimte en tijd heb om mijn verhaal te vertellen. Want tijd en ruimte heb ik nodig om u te laten huilen of lachen.

Een van de ‘astronauten’ in de voorstelling Enkeltje Mars zei: ‘Soms zie je zoiets moois dat het je van binnen verandert.’ Iets wat Wubbo Ockels in de ruimte daadwerkelijk overkwam bij het zien van de kleine blauwe aarde.
Om naar het bekende te kijken vanuit een ander perspectief, vraagt dus misschien wel om dwingende maatregelen.
Wellicht moet ik mijzelf aan een stoel vastbinden voor een Rothko en dan wachten.
Misschien moet ik in de trein zitten en met de conversateur praten in plaats van weg te vliegen in de ether.
Want zoiets moois zien of horen, dat het je verandert, dat wil ik ervaren en ooit… ooit een keertje maken!
Het moet dan wel ergens over gaan natuurlijk.

Columns over Kunst | 24 november 2017

In 2015 stak een verwarde 24-jarige vrouw met een stanleymes, in het museum Art Basel in Miami, plotseling een bezoekster meerdere malen in haar nek en armen. Niemand deed iets, iedereen dacht dat het een kunstperformance was. Het bloed werd gezien als nepbloed, zelfs het afzetlint van de politie nadien werd als kunst beschouwd.
Wat is echt, en wat niet? Door welke bril kijk je naar dat wat er om je heen gebeurt?

In de theaterdramaturgie noemen we dit fenomeen Suspension of disbelief: het opschorten van ongeloof. Oftewel, de bereidheid om te geloven. Om een voorstelling te kunnen interpreteren, moet je als toeschouwer kennis van codes en conventies hebben. Zodat je niet, wanneer een personage sterft, het podium op springt om hem te gaan reanimeren. Én belangrijker nog, de toeschouwer moet bereid zijn om te (blijven) kijken, luisteren en geloven. Zodat we, als een actrice een ladder beklimt en zegt een oude man op een vulkaan te zijn, dat accepteren en niet gaan roepen: “Ja dahag! Echt niet!” Geloof je het als toeschouwer niet meer? Dan breekt je Suspension of disbelief, daarmee hoogstwaarschijnlijk ook je bereidheid open te blijven kijken, en is de kans dat de theatermaker zijn mogelijke wereld nog aan jou kan overbrengen ernstig verkleind.

Ik zat eens met een vriendin op de eerste rij bij de monoloog De radicalisering van Sadettin K. Opeens op de verre achtergrond muziek: Nina Simone. Ik weet nog dat ik het wel mooi vond. Tot Sadettin zei: “Wat is dat wat ik hoor? Ik hoor iets. Kan dat uit?” Het publiek stil, hangend aan zijn lippen. “Van wie is die muziek? Is die van jullie?” Hij wijst in onze richting. Een vreemde wending in het stuk, maar onze Suspension of disbelief is keihard. Pas als de lichttechnicus hardop zegt het ook niet te weten, en Sadettin naast mij komt zitten en voor de derde keer aan ons vraagt: “Ik meen het. Dit hoort er niet bij. Komt die muziek bij jullie vandaan?”, duikt mijn vriendin in haar tas en zet zo snel als ze kan haar per ongeluk aangeschopte Mp3-speler uit. Overlopend van schaamte en schuldgevoel heeft ze de hele voorstelling geen woord meer kunnen volgen.

Het mooiste in het theater vind ik als je getuige bent van het creëren van de illusie, en dat je die illusie tegelijkertijd gelooft. Het constant aanwezige bewustzijn dat ‘het niet echt is’, maakt het juist zo mooi.
Het lelijke aan de werkelijkheid is dat je niet zeker weet of dat wat gebeurt echt is, en als het echt is, je soms veel liever had gehad dat het niet zo was.
Mijn bereidheid te geloven breekt soms ook buiten het theater. Door een botsing met de absurde werkelijkheid, of met mijn kwetsbaarheid, word ik geconfronteerd met het feit dat mijn veiligheid, mijn invloed en controle en wellicht wel de hele wereld om mij heen slechts illusies zijn. Iets wat ik vrij snel dien te vergeten om gewoon een tram of auto in te stappen om een wandeling op de Limburgse heide te kunnen maken of mijn kind naar de crèche te brengen. Op zulke momenten lieg ik tegen mezelf en geloof ik in de oude man op de vulkaan.

Gisteravond kwam mijn zoontje van vier zijn bed uit en riep: “Maar mama?! Er is een heel groot gat, hè? Een heel groot zwart gat, waar alles in kan verdwijnen! En ook wij! Wist je dat?”
Ja, dat wist ik. Al probeer ik dat meestal te vergeten. Hoe trots hij kijkt, is helend en vertederend. Een botsing van deze grootte brengt hem nog niet aan het wankelen.
“Ja liefie. Dat klopt. Maar dat gebeurt niet.”, zeg ik tegen hem. Of tegen mijzelf. Ik trek hem op schoot en lees hem voor uit Ibbeltje. “…Dat komt lieve kind, omdat je moeder vroeger een kat is geweest.” Hij blaast het boek dicht. “En ik een cheeta!”, zegt hij met nauw geknepen ogen. Ik verklein onze wereld, blaas een bubbel, rits de vierde wand dicht en laat ons geloven.

Nietzsche had gelijk toen hij zei: “We hebben de kunst om niet aan de waarheid te sterven.”

Columns over Kunst | 31 mei 2019

Ik botste eens tegen een citaat van de schrijver en filosoof Camus: “De letterlijke betekenis van leven is alles wat je doet om te voorkomen dat je jezelf vermoordt.” Dat vond ik een tijdje mooi. Tot de wereld veranderde en de illusie van veiligheid plaatsmaakte voor de angst voor de ander. En toen maakte het me kwaad. Dat is niet de betekenis van leven, Camus! Want als het leven niet méér zou zijn dan het zo goed mogelijk voorkomen van je dood, dan zou je het maximale uit het leven halen door zo veel mogelijk veiligheid in te bouwen. En in de huidige tijd lijkt dan veel van wat het leven de moeite waard maakt onbereikbaar.

Wat maakt het leven de moeite waard? Wat geeft zin en betekent iets? In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deed Els van Wijngaarden onderzoek naar de doodswens van ouderen omdat ze hun leven ‘voltooid’ achten. Vijf klachten kwamen herhaaldelijk terug: eenzaamheid, overbodig zijn, het onvermogen om zichzelf te uiten, vermoeidheid en een aversie tegen afhankelijkheid. “Alsof je door een omgekeerde verrekijker naar de wereld kijkt“, vatte een van hen het gevoel samen. Dingen die de wens om te leven versterken, waren volgens de geïnterviewden: onafhankelijkheid en het ervaren van verbinding met anderen.
Leven betekent niet het uitstellen van doodgaan. Leven betekent vrijheid, plezier, nabijheid en contact.

Vorig jaar kreeg ik de opdracht een toneelstuk over Helene Kröller-Müller te schrijven. Helene raakt op haar vijftiende in een geloofscrisis na het lezen van een toneelstuk. Voor haar ouders aanleiding om haar te doen geloven dat ze de grootste zondares op aarde is. Vanaf dat moment is zij naarstig op zoek naar houvast en betekenis.
Op haar zevenendertigste volgt ze een les kunstbeschouwing van de heer Bremmer. Daar vindt Helene eindelijk houvast. Hongerig verzamelt ze kunst tot ze de grootste privécollectie Van Goghs ter wereld bezit.
Helene schrijft in een van haar vele brieven: “De kunst is de spiegel van de ziel. Dat is waarom ik zo van haar houd. Omdat zij mij het mooiste en het beste en het meest ware van mensen brengt. Mensen die mij in vlees en bloed teleurstellen en die ik nu kan missen.
In de kunst vindt zij troost, zingeving en spiritualiteit. Ze neemt de schilderijen mee als ze in het kuuroord tot rust moet komen. Ze praat met hen. En ze wil haar collectie een museum geven. Niet voor haar plezier, maar voor de toekomst. “De mens is toch per slot wat hij achterlaat.” Haar hele leven wijdt ze aan haar museumdroom. Anderhalf jaar voor haar overlijden is hij voltooid (tenminste, een tijdelijke variant).
Dit museum is uit verdriet geboren. Als een dankbare bloem is het eruit opgebloeid. Dit verdriet heeft gemaakt dat ik mij losrukte, zo niet van alles, zo toch van veel, waar ik tot nu toe voor had geleefd. Het heeft mij gedwongen een nieuw houvast te zoeken, waar ik mijn hart aan kon hangen en wel één die beter bestand was tegen de stormen van buiten.

Onze maatschappij lijkt erop gericht om maar niet te hoeven sterven. Hoe zou zij eruitzien als ze gericht zou zijn op een zo waardevol mogelijk leven?
Het leven is vergankelijk. Net als de kunst. Kunst is overdracht, een ervaring die gedeeld wordt tussen kunstenaar en publiek, en daarom per definitie tijdelijk van aard. Leven is overdracht, een ervaring gedeeld tussen jou en de ander, en per definitie tijdelijk van aard.
Als ik in het theater heb gezeten, kom ik er altijd meer levend uit. Wat blijft er over als de angst om te sterven leidt tot uitsluiting van vrijheid, plezier, verbinding met anderen, en houvast? Waar hang je dan je hart aan op?

Columns over Kunst | 13 novemeber 2020

Publicaties

Half april 2024 verscheen mijn debuutroman Het Heidi-feest bij uitgeverij De Harmonie.

Het enige wat we zagen waren de ratten, die tussen de drijvende aankondigingen van het Heidi-feest in zwommen. En ergens een blonde barbiepop met een zilverkleurig stofje om haar benen. Eigenlijk had het Heidi-feest twee weken terug plaats moeten vinden. Maar vanwege de overstroming was het uitgesteld. Voor de eerste keer in 152 jaar. Zo ver ons geheugen strekt. Komend weekend moet het doorgaan. Uitstel is al erg genoeg.

Het Heidi-feest is een grappig en grimmig verhaal over de angst voor de ander en wat de gevolgen kunnen zijn als we die te serieus nemen en ons erdoor laten leiden.

Recensies:
Jannemieke Caspers zegt veel in weinig woorden in haar overtuigende debuutroman ‘Het Heidi-feest’. (01 juni 2024)
Maarten Steenmeijer, De Volkskrant

‘Een mens zou bijna willen dat Het Heidi-feest verplicht werd gesteld op alle middelbare scholen van dit land.’ (09 april 2024)
Tim Donkers, Alles over boeken en schrijvers

Caspers-Het-Heidi-feest-1
Screenshot-2023-06-13-14.51.30

De toneeltekst WOLF (of het Heidi-feest) werd geselecteerd voor Verse Tekst 2023, en is uitgegeven door de De Nieuwe Toneelbibliotheek.


Het Verse Tekst-leesteam bestond uit Rob de Graaf (schrijver, o.a. Dood Paard en De Gemeenschap), Liliane Brakema (regisseur, o.a. NNT en HZT), Kharim Amier (acteur, o.a. Theater Oostpool en TB Punch), Erica Smits (dramaturg en journalist, o.a. PS Theater en Theatermaker) en Sander Janssens (journalist en recensent, o.a. NRC en Theaterkrant).